De wondere wereld van de sportfotografie

TT run 2016 34

Die ik niet begrijp, waar ik absoluut niet op getraind ben en waar ik eigenlijk (bijna) altijd sowieso op faal. Hoe goed mijn tijd soms ook is, die foto’s… Daar heb ik geen talent voor. De term ‘Grafhoofd Alert’ komt dan ook regelmatig voorbij wanneer ik een foto deel. Voornamelijk via whatsapp want eerlijk is eerlijk: De meeste foto’s van mij als sportend persoon horen eigenlijk gewoon niet online te staan. Helaas doen ze dat wel. Ten koste van mijn ijdelheid en elke keer probeer ik om de volgende run wél vrolijk op de foto te staan. Dit resulteert in verschillende type foto’s: (Note: Wil jij mij blijven bekijken zoals je dat altijd al deed: Lees dan gewoon niet verder! )

‘Hey kijk het is een vis!’
Mijn ademhaling is ‘neus-in-mond-uit’. Zo loop ik het lekkerst, staat mijn gezicht het lekkerst en oh ja, zo hangen mijn mondhoeken het fijnst. Tel daarbij op dat ik vroeger de (NIET) trotse eigenaar ben geweest van een beugel en dat mijn tanden vroeger ver vooruit stonden. Mijn bovenlip heeft soms nog steeds de neiging om raar te krullen en dat resulteert, in combi met die hangende mondhoeken, in een prachtig vissenbekkie. ‘Ik voel mij sexy als ik ren’. Maar niet heus. In sommige gevallen loopt er ook nog een super blij kind achter je te rennen. Ze haalde mij nog in ook.

De ‘lach van Gargamel’
Gargamel, als kind vond ik het maar een vervelend mannetje. Nu nog steeds trouwens. Helaas lijkt mijn hardloophoofd soms best wel op het hoofd van Gargamel op het moment dat hij moest lachen. Ik adem dus ‘neus-in-mond-uit’ en als ik dan wel probeer te lachen dan gaat het bovengenoemde vismondje gekke dingen doen. Ik probeer echt super vrolijk op de foto te gaan, super fotogeniek en op de één of andere manier resulteert dat in een ‘oei Alet…. Doe dat maar even niet.’ Wisten we al dat ik niet goed ben met sportfotografie?

De ‘ik-haat-sport-uitdrukking’
Ik en sport zijn liefde. En dan voornamelijk bootcamp, hardlopen, survival en een grote zwak voor crossfit. En toch krijg ik het voor elkaar om tijdens het bootcampen wel eens super-super-super chagrijnig te kijken. Zo staat mijn hoofd het lekkerst, geloof ik. Met het resultaat dat de trainer wel eens een flinke lachstuip krijgt door mijn hoofd. Van je vrienden moet je het maar hebben. Het resulteert wel eens in een smeekbede om een foto vooral niet online te plaatsen. Gelukkig heb ik de mogelijkheden om op de desbetreffende pagina ook foto’s te kunnen verwijderen. Niet dat ik ooit een foto verwijderd heb trouwens….

De ‘wauw ik heb 80 onderkinnen!’
Ik vind het schijnbaar zo nu en dan fascinerend om te zien wat mijn voeten allemaal doen tijdens het hardlopen. Eigenlijk is dat heel simpel, de afgelopen 3000km hebben ze namelijk voornamelijk één ding gedaan: Vooruit, lichte pronatie op de rechtervoet maar niet schadelijk. Toch blijf ik naar beneden turen en dat is niet altijd even mooi wanneer er een fotograaf staat. Zo weet ik eigenlijk zeker dat ik écht geen onderkin heb. Behalve dan wanneer ik de neuzen van mijn schoenen weer eens nadrukkelijk bekijk. Zoals in Emmen bij de 4 mijl.

De ‘mijn-puppy-is-zojuist-overreden’ blik
Even vooraf: Ik heb geen huisdieren. Geen tijd voor, appartementje, geen ruimte voor, zielig binnen en als er ooit een huisdier komt dan wordt het een sphynx. Gewoon omdat die zo lelijk zijn dat ze cool zijn en omdat ik eigenlijk sinds mijn stage in Hilversum een zwak (in hoeverre je het nog een zwak kan noemen) heb voor naaktkatten en omdat die beesten niet uitharen (Dikke vette plus!!!) Ik dwaal af.

Vaak in de laatste kilometer heb ik het zwaar. Ik wil er een eindsprint uitpersen en dat doet pijn. Mijn hartslag zit ergens bovenop Pluto en ik schijn vooral heel-snif-zielig-te-kijken. Mensen: Ik ben niet zielig, hooguit misselijk en ik wil naar de finish. Ik ben kapot, heb pijn en wil absoluut niet horen ‘DAT IK ER BIJNA BEN’. Ik weet namelijk dat, wanneer ik nog een kilometer moet, ik er NOG NIET BEN. Zeker niet door de modder in het begin van dit jaar. Maar ik waardeer jullie enthousiasme. Doen jullie volgende keer zelf ook mee?

De ‘ja ik ben bij de finish!-foto’

Wanneer ik zeker weet dat er een camera staat dan doe ik overigens wel mijn best om zo lief en charmant mogelijk te lachen. Dat resulteerde in een record van goede foto’s bij de finish van de Zevenheuvelenloop vorig jaar. En toen was ik ook trots, want ik had gewoon die 15 kilometer mét heuvels gered. Volgens mij was ik bij kilometer 10 al als een idioot aan het grijnzen. Ik kan het wel 😉

Ik ga wel gewoon rennen. Oke?

Hunebedloop Borger: Volgende keer met deze hitte doe ik een bikini aan

Hitte? Yes! 5 mei was de warmste 5 mei in tig jaar en ik moest 6 kilometer rennen. Echt heel veel zin had ik niet totdat ik eindelijk bij de start was. Een kleine 400 deelnemers schenen mee te doen en ik had geen idee wie er de 6 of de 10 zouden lopen. Haasje zoeken werd dus wat lastig.

De eerste 3 kilometer heb ik heerlijk op schema gelopen. 5:05, 5:12 en 5:07. Een 30-er of zelfs 29-tigger zat er in. Ware het niet dat ik last kreeg van blaren en kramp. Het was zo warm en de hoogtemeters sloegen er beetje bij beetje in. Na drie kilometer had ik dan ook geen keus en moest ik het gas loslaten en de benen strekken. Ik lag op dat moment op een erg nette 4de plaats dus dat was wel even slikken. Ik ging zo goed, en dan dit. Mentaal even een dingetje. Na een 100 meter flink doorstappen kon ik de boel weer iets oppakken. Wetend dat ik mogelijk al een minuut had verloren en ik het tempo flink moest terugnemen. Deze zakte dan ook af naar een 10,5km per uur.

En nog was het niet genoeg afgezakt. Om mij heen merkte ik dat er verschillende mensen op instorten stonden. Geen water, bloedheet en vol in de zon zonder wind. Ik verlangde langzaam maar zeker al naar het drankje bij de finish. Wat het dan ook mocht zijn.
Gelukkig had ik mijn flesje wel bij mij en deze heb ik gedeeld met een andere loper. Mijn tijd zou sowieso niet worden wat ik had gewild, maar misschien kon ik de ander er wel mee helpen. Uitlopen werd het streven en ik besloot om dan toch voor onder de 35 minuten te gaan. Het verval ten opzichte van mijn perfecte eerste 3 kilometer was zuur, maar genoeg om lering uit te trekken.

Nadat we de het stuk door het dorp hadden gehad kwamen we nog aan bij één korte stijging. (totaal aantal hoogtemeters kwam daarmee op 32) We kwamen de Koesteeg op en dat beet er nog even extra bij in. Slikken, doorbijten en weten dat je nog een kleine kilometer voor de kiezen hebt. Inmiddels was ik afgezakt naar de 7de plaats dus dat was nog steeds niet heel erg verkeerd. Wel zuur, maar niet iets wat een groot drama was. Of iedereen liep prut, of het deelnemersveld was niet sterk. Ik gok op een combinatie van beiden.

Mijn eindtijd was 33:07. Dat begint er langzaamaan weer een beetje op te lijken, maar er is nog genoeg werk aan de winkel op de weg. Rustig aan doorgaan, het komt wel  Mijn tijd op deze afstand in deze plaats heb ik trouwens wel met een dikke minuut verbeterd, terwijl het vorig jaar wél mijn weersomstandigheden waren. Ik zie progressie!

Survival Havelte ‘Mogen we het water al in?’

IMG-20160508-WA0007

Ok. Eerst even wat bekennen: Mijn hele trainingsplan vóór Havelte is compleet in de soep gelopen. Ik heb wél een aantal dingen geoefend waarop ik moest verbeteren, maar ik heb zeker 3 geplande trainingen hopeloos gemist. Iets met Koningsdag, 4 mei en daarna een hooikoortsaanval. Shit happens!

Maar: Ik ben wél gefinisht met bandje. Alleen niet op de individuele 8km. In de twee weken voordat de run plaats ging vinden, eigenlijk vlak ná de preview, kwam Marianne met de vraag of iemand met haar de 6,5km koppel wilde lopen. Ik had inmiddels wel al mijn twijfels over de 8km en ik zag mijzelf alweer staan als een gefrustreerd ei bij een touwtje waar ik niet in zou komen. Binnen een paar minuten had ik dus ook besloten om voor de 6,5km koppel te gaan.

Nu ik toch aan het bekennen ben: Ik was er heilig van overtuigd dat mijn fysio zou zeggen dat ik mocht starten, als ik maar voorzichtig aan zou doen. De woorden die ik vlak voor de run te horen kreeg waren ‘Ik denk eigenlijk dat je er nog niet klaar mee bent wat betreft de schouder.’ Eigenlijk is dat ‘Nee, je mag niet starten.’ Ik hoorde geen duidelijke ‘nee’. Dus ik ben gestart. En gefinisht. Met bandje. En pijnvrij! Há!

Het was mij alleen niet gelukt zonder mijn partner van die zondag. Eerlijk is eerlijk.

Teamwork
Nadat we de 8km lopers van de Survival Norg groep hadden uitgezwaaid zijn Marianne en ik nog even de laatste voorraden gaan aanleggen, water drinken en vervolgens rustig gaan opwarmen. Omdat we beiden geen horloge om hadden was het een beetje puzzelen met de tijd. Na nog een korte pauze konden we dan ook in één streep door het startvak in. Dit beloofde al wat voor de rest van de run. De sfeer zat er in ieder geval goed in want we konden er om lachen. Op de één of andere manier was ook de meest voordelige starthindernis overgebleven. De starthindernis was een swingover op 2,5 meter met daarna een apenhang van ongeveer 10 meter. We begonnen aardig ontspannen aan de eerste aantal hindernissen en bij hindernis 4 hoorde ik Marianne zeggen ‘ja maar, deze kan ik niet!’ Als koppel mag je elkaar op zulke punten helpen en zo was het dat ik haar de eerste keer kon helpen. Een trucje die zij vervolgens nog een aantal keer bij mij mocht doen.

Na ongeveer 2 kilometer mochten we eindelijk het water in. De temperatuur lag inmiddels rond de 27 graden dus een hindernis in een sloot was prima. Het was de combinatie met lianen en banden en stiekem wilde ik hem helemaal doen. De lianen hoefden wij niet te doen en ik had in mijn hoofd om ook vooral niet meer te doen dan moest. Pijnloos finishen was goed mogelijk. Dus helaas, geen lianen voor mij. Halverwege de banden kwam Marianne in de problemen. Het resultaat was dat ik naar de andere kant van de sloot moest om haar te helpen. En die sloot kwam qua diepte tot boven mijn kruin. Even goed doorademen, zwemmen en de kou gebruiken in de rest van de run: Toch even goed afgekoeld!

In het parcours volgden vervolgens hekjes op 1 meter hoogte, swingovers, apenhangen, veel touwen en gelukkig twee waterposten. En nog twee plekken waar we het water in moesten. Daar waar ik met natuurtouwen geen probleem heb met grip, merkte ik dat ik bij de niet-natuurlijke touwen steeds minder grip kreeg. Een stuk coördinatie, maar ook materiaal technisch: Mijn schoenen lopen dan wel heerlijk en zijn nog maar 3 maanden oud, ik glij er constant mee weg op de touwen. Gelukkig had ik Marianne bij mij die zo nu en dan even kon helpen. Scheelde een hoop frustratie en zo kon ik mijn schouder ontlasten.

Het gevolg was dat ik super vrolijk over het parcours heb gehuppeld. Veel hindernissen kon ik zelf zonder enige moeite en het lopen ging lekker ontspannen. De waterplassen tussendoor kwamen precies op tijd en de vrijwilligers bij de hindernissen waren echt top. Vrolijk, lekker mee ouwehoeren en vooral enthousiast. Had ik al gezegd dat ik super vrolijk over het parcours huppelde? 😉 Oh, en zelfs de swing-over van 4 meter hoog zonder problemen over ben gegaan? Ik blijf het bijzonder vinden hoeveel meer ik in een run durf om zo’n bandje te behouden ten opzichte van de reguliere trainingen op de baan.

Toen wij bij de eindhindernis aankwamen – die ik eerst even totaal niet begreep qua route – kwamen we de rest van de Survival Norg ploeg ook weer tegen. Zij waren een dik uur eerder gestart op de 8km dus ik had ergens niet verwacht dat ze er nog zouden zijn en zeker niet in sporttenue tegen de hekken aan om mensjes te kijken. Met nog één hindernis voor de boeg – wat voor de 6,5km niet heel veel voorstelde – moest ik toch even slikken. Want, hoewel het koppel was, stond ik nog steeds mét bandje voor een hindernis. Ik was alsnog kapot en wilde dat bandje ook echt niet inleveren. Met wat geworstel zijn we dan ook uiteindelijk mét bandje over de finish gekomen. En 17 blauwe plekken. Maar mét bandje en een dikke 911 punten wat goed was voor een 16de plek in de klassering.

Technisch is er nog heel wat te doen én qua schoenkeuze ook. Gelukkig is de volgende survivalrun pas 10 september. Individueel. 8,5 kilometer. Bring it on!

Blijf bij het plan.. Agenda 2016

Het kriebelt zo verschrikkelijk om toch heel stiekem een halve marathon te gaan doen. Ik heb nog een rekening met mijzelf open staan en dát kan ik simpelweg niet uitstaan. Mijn oog is vorig najaar al gevallen op de halve van Stockholm. Als je het doet, pak dan wel een ontzettend mooie. Dan heb je als het niet gaat onderweg nog wat te bekijken toch? Maar: 2016 zou ik geen afstanden boven de 10k lopen. En ik ga het ook niet doen. Stockholm is het doel voor 2017. Samen met loopmaatje Marloes.

Dus, bij het plan blijven. Dat houdt niet in dat je je voor verschillende loopjes in kan schrijven toch?
31 januari: Groene 4 mijl Onlanden, Groningen, 4 mijl (36:04)
13 maart: Survival Kootstertille, 8 kilometer
3 april: Go2Payroll Emmen, 4 mijl (34:12)
5 mei: Hunebedloop Borger, 6 kilometer
8 mei: Survivalrun Havelte, 8 kilometer
21 mei: Strong Viking Amsterdam, nog steeds als optie
29 mei: Loopfestijn Klasinaveen, 4 mijl
5 juni: Cavemanchallenge Emmen, 13 kilometer (En mocht ik vroeg terug zijn dan pak ik de 5kilometer van de Asser stadsloop ook even mee. Hangt even af van de starttijden)
11 juni: Strong Viking Nijmegen, nog steeds optioneel
18 juni: TTrun, 4,4 kilometer
3 juli: Kardingerun, nog steeds optioneel
16 juli: Midzomermarathon Diever, 10,2 kilometer, optioneel
12 augustus: 7 van 7huizen, Zevenhuizen, 7 kilometer
20 augustus: Singelloop Hollandscheveld, 5 kilometer
3 september: Strong sisterrun, optioneel
10 september: Marsdijkrun, optioneel
17 september: Dam tot dam by Night, optioneel
1 oktober: Kloostervesteloop, optioneel
9 oktober: 4 mijl Groningen, 4 mijl
16 oktober: Cavemanchallenge, optioneel
22 oktober: Strong Viking Brother, optioneel
29 oktober: Diepe Hel Holterberg, 5 kilometer
5 november: Plantsoenloop, Groningen, 4 kilometer

Schouderupdate 24 april

Het is weer eens tijd voor een schouderupdate. 14 weken nadat mijn schouder zei ‘bekijk het met die survivalrun’ en 8 weken nadat ik echt maar even helemaal een stapje terug heb gedaan. Verder is het ook een dikke maand nadat ik van mijn fysio de oefeningen rustig moest uitbouwen. Uiteraard wilde ik hierin regelmatig te snel, te veel en was ik er ook regelmatig helemaal klaar mee. En misschien is het nu een mooi moment om eens al mijn commentaar bij elkaar te leggen. (Ok,ok, schouder was in oktober al vervelend… Maar toen was het nog te doen 😉 )

Op 21 maart begon ik met drie sets van het volgende:
15 pushups tegen de muur
10 rows
7 keer binnenwaartse rotatie
7 keer buitenwaartse rotatie

Wat in de eerste weken vooral voorbij komt is dat ik spanning voel, irritaties voel, dat ik regelmatig met mijn kruik op de schouder zit. Dat mijn schouder wat zeurt, dat push-ups het ellendigste zijn. Ook heb ik de pijn inmiddels symmetrisch gehad, dat ik gewoon de juiste houding aan moet nemen en dat het hier en daar ook gewoon goed ging. Na trainingen had ik soms wel eens wat meer last – logisch – en dat mijn schouder mij regelmatig terugfluit. Super irritant natuurlijk.
De eerste pushups vanaf de knie gingen hopeloos. Zwaar, moeilijk en ik raakte extreem gefrustreerd. Mijn PR aan pushups zit boven de 30. Op de tenen. Hállo! Maar dat was met een schouder die doet wat het moet doen. Het mooie is dat ik zie dat ik ook stapjes terug durf te doen en luister naar mijn lijf. Ik begin eindelijk naar mijn lijf te luisteren en ik neem aan dat ik van dit gedoe heel wat kan leren.

Helaas is het niet zo dat ik elke keer volledig pijnvrij ben. Met hardlopen wil het nog wel eens opspelen en de bootcamp van dinsdag was misschien nog iets teveel van het goede. Tijdens de bootcamp was ik zo lekker bezig dat ik eigenlijk mijn schouder vergat. Aan de ene kant een goed teken, maar ik weet ook dat de belasting een dag later ook terug kan komen. Aan de ene kant komt er vertrouwen in, aan de andere blijf ik er wat onzeker over.

Afgelopen week ben ik wel even bij de sportmasseur geweest en hij heeft mijn schouder ook nog weer wat los gemaakt. Er zit nog steeds wat, maar dit beetje is ook van belang omdat ik anders keihard de grens weer over ga en de pijn dan weer helemaal terug komt. Momenteel is mijn schouder wel een heel stukje soepeler dan dat ik gewend ben 😉

Inmiddels zit ik op het volgende qua oefeningen thuis:
10 pushups op de tenen
20 rows
15 keer binnenwaartse rotatie
15 keer buitenwaartse rotatie

Hier zit dus zeker wel een verbetering in en ik hoop dat ik deze vol kan houden. Momenteel denk ik erover om de afspraak met mijn fysio een week te verplaatsen. Dit in de hoop dat hij mij twee dagen voor de run in Havelte kan adviseren of het verstandig is om te starten ja of nee. Ik weet dat ik Kootstertille ook gelopen heb met een mindere schouder, maar ik weet ook dat ik nu misschien overmoedig wordt. Het mooie is dat, terwijl ik dit schrijf, ik het antwoord eigenlijk al weet. Ik mag starten, zolang ik maar op mijn lijf let en niet overmoedig word. Toch handig, eigen vragen beantwoorden.

Survivalrun Havelte, de preview

Over een dikke twee-en-een-halve-week is het zover, de 2de survivalrun voor mij dit jaar. Tenminste, als ik hem ga lopen. Ik ben gigantisch in dubio. Mijn schouder doet inmiddels aardig wat ik wil, maar de techniek is er totaal niet naar. Bij het zien van het filmpje van vorig jaar (waar ook een aantal leden van Survival Norg in te zien waren) had ik nog wel een goede moed.

Maar ik zou mijzelf niet zijn als ik niet even wat was gaan speuren. Zo kwam ik uiteindelijk terecht op de hindernissenplanning van Havelte. De run zou ongeveer gelijk worden aan die van 2015 volgens de site…. En dat vind ik dan toch ergens wat griezelig worden. Denk aan dunne touwtjes, dikke touwtjes, halve touwtjes, brandweerslangen. Erg leuk als het lukt, maar ik zie mijzelf alweer staan als een gefrustreerd ei. Word ik niet blij van. Het is ‘maar’ 8 kilometer, maar wel direct de langst geboden afstand. De gevorderde lopers… En momenteel zit ik, eerlijk is eerlijk, op niveautje minder-dan-beginner.

In ieder geval wil ik komende weken nog een paar keer extra trainen. Mijn focus gaat, met het oog op Havelte, op een aantal hindernissen liggen.

– Klimmen in brandweerslangen
– Klimmen met dunne touwtjes
– Hogere swingover
– Lage balk
– Apenhang
– Spaanse ruiter
– Lianen

De lage balk, apenhang, spaanse ruiter en swingovers zijn niet perse het grote probleem. Wel mis ik hier en daar een stukje techniek. Die is ergens verstopt geraakt in mijn systeem en ik kom er nog niet weer helemaal bij.

Extra trainen houdt wel direct in dat ik ook direct minder ga bootcampen. Het is momenteel nog steeds niet en-en. Maar of. En vooral veel techniekfilmpjes kijken. Dan kan ik het in theorie in ieder geval wel… 😉 In principe heb ik nog vier trainingen staan. Zou het genoeg zijn?

Trainerpraat: omdenken of motifeestje?

Sinds ik in Groningen werk loop ik tijdens de lunch vaak even een blokje om. Een halfuurtje doorstappen, even frisse lucht en even los van het werk. Nja, niet helemaal los, want juist dan kom ik vaak op goede ideeën en maak ik in mijn hoofd planningen. Tijdens mijn wandeltochtje kom ik regelmatig hardloopgroepjes tegen. Leuk! Alleen laatst moest ik toch even luistervinkje spelen, want hoorde ik nou echt wat ik dacht te horen?

‘Als jij deze oefening niet goed kan, dan zal jij nooit een goede hardloper worden.’ Ik bekeek de oefening en zag dat ze met een balansoefening bezig waren. Qua kleding leek het mij een groepje dat net was gestart met hardlopen. Lekker in de joggingbroek.
Zoals jullie misschien weten ben ik zelf ook hardlooptrainer. Elke maandag probeer ik het hardlopen van de deelnemers te laten verbeteren en probeer ik de deelnemers te motiveren. Hier en daar wat grapjes en iedereen haalt het maximale uit zijn of haar niveau. Iedereen heeft een eigen doel en dat maakt het juist zo leuk! En daarom begrijp ik de uitspraak van deze trainer ook niet.

1) Of men oefening A of B minder goed kan dan de rest, dát maakt niet uit. Misschien zijn ze wel goed in C tot en met Z. Je kan simpelweg niet overal goed in zijn. Dat gaat niet en moet je ook niet willen. Hoe maak je jezelf gefrustreerd?
2) Het is lente, veel mensen beginnen nu net weer met hardlopen en dat zie je terug. Dan is het – nogal – demotiverend om te zeggen ‘als je dit niet kan wordt je geen goede loper’. Echt? Want Rome is ook in één dag gebouwd natuurlijk.
3) Een ‘goede hardloper’ is een ruim begrip. Ik vind dat iedereen het beste uit zichzelf moet halen. Met de juiste techniek en de juiste mindset. Maar ik zou nooit zeggen ‘jij word geen goede hardloper’. Eerder ‘Als je zus en zo aanpast dan ga je nóg meer vooruit!’

Als trainer ben jij natuurlijk de persoon die adviseert en de mensen traint. Maar dat houdt niet in dat jij superieur bent aan een ander. En je moet nooit iemand de put in praten dat wanneer een oefening niet helemaal goed gaat. Sh*t happens en de mensen die van jou training krijgen willen van jou leren. Natuurlijk mag je ze best eens goed doorpushen, maar doe het dan niet op zo’n afzeikerige manier. En ja, voor resultaat moet je hard werken. Gelukkig heb je daar als trainer een aantal mogelijkheden voor 😉

Coopertest nummer 2, eigenwijs stuk vreten dat je bent

Mijn fysio begroette mij afgelopen donderdag met de woorden ‘gefeliciteerd met jouw tijd op de 4 mijl! Heel goed gedaan!’ Ik weet dat dat ‘goed gedaan’ ook een beetje gericht is op mijn rustige pace (tijd per kilometer) van 5:18. Met een rustige pace kan ik het vrijwel niet erg zwaar krijgen met een zeurende schouder. Toch? Puntje is dat ik niet altijd even goed luister naar de fysio en dat ik mijzelf ook goed gek kan maken door uiteraard harder te gaan dan daadwerkelijk mag. Het is tijd… Voor de coopertest.

Afgelopen januari liep ik, een beetje misselijk maar blessurevrij, 2550 meter in de coopertest. 3 maanden later liggen de kaarten wat anders geschud. Ik heb een schouderblessure, had vier uurtjes geslapen, ik was mogelijk nog niet helemaal nuchter en het eten wat in mijn maag zat was een halve bak kwark. En een dikke liter water. Perfecte uitgangspositie en ik moet nog steeds rustig aan doen. Ik zou dus vermoedelijk niet boven de 2550 meter uitkomen.

Na een warming-up (met plaspauze) werd het tijd om te starten. Ik zette mijn horloge aan op 12 minuten en ging van start. Even zoeken voor het gevoel en bewust geen dopjes in de oren om te luisteren naar mijn passen. Ik werp iets later een blik op mijn horloge en ontdek dat deze inmiddels is uitgevallen. Ergens gaat er een lampje branden dat ik mijn horloge ook al een tijdje niet meer aan de oplader heb gehad. Ik moet dus doorlopen op gevoel. Geen horloge, geen muziek en maar hopen dat er mensen schreeuwen hoe lang ik al bezig ben.

Op het moment dat er werd geroepen dat we halverwege waren zat ik op drie-en-een-halve-ronde (1400 meter) en ik voelde dat mijn schouders begonnen te zeuren. Uitstappen, doorgaan, wat is wijsheid? Ik besloot iets gas terug te nemen en mijn schouders los te draaien. Focus op mijn ademhaling en mijn voeten en door in een iets lager tempo. Inmiddels had ik een aantal mensen wel al op een ronde weten te zetten en kon ik mij gelukkig richten op de mensen die voor mij liepen. Naar mensen toe lopen, schouderklopje geven of even aanmoedigen en doorlopen. Op het moment dat ik nog één minuut moest heb ik alles bij elkaar proberen te rapen en nog één keer flink proberen aan te zetten. Eindresultaat na 12 minuten: 2600 meter. 50 meter meer dan de vorige keer en deze keer mét pijntjes. Een pace van 4:36 en de ellende zat hem, logischerwijs, vooral in mijn schouder. Een mooi gemiddelde van 13 kilometer per uur.

Natuurlijk ga ik bij thuiskomst dan aan het rekenen. Ik wil de TTrun het liefst onder de 20 minuten hebben. Dit houdt in dat mijn pace 10 seconden per kilometer naar beneden moet en dat ik per uur ongeveer 13,5 km/u moet gaan lopen. Of in een coopertest tot minimaal 2700 meter moet komen. Werk aan de winkel dus, want ik zou er nu ongeveer 40 seconden bóven eindigen. Alsnog helemaal niet slecht, maar het zou zo leuk zijn…. Hopelijk vind fysio het een goed idee én gaat mijn schouder zich gedragen 😉

Waarom ik houd van sporten met feiten

Ho wacht, met feiten? Dat heeft even wat uitleg nodig.

Ik ben een hardlopend-bootcampend-survival-paardenmeisje. Bij dat laatste heb je nog een leuke jurysport. Een sport met tientallen meningen, discussies en vooral géén feiten. Dressuur. Ik haat het. Want het is voor mij niet tastbaar genoeg. Ja, ik vind dressuur op topniveau geweldig, kür op muziek? Ik kan er uren naar kijken. Maar niet op laag niveau waar gejureerd wordt door mensen die vinden dat zij er een mening over mogen hebben. Welkom bij mijn ongecensureerde mening.

Daarom vind ik hardlopen en survival ook zulke fijne sporten. Hardlopen: tijd is leidend en je hebt een duidelijk parcours. Survival heeft daar als extraatje bovenop dat er hindernissen inzitten. Haal je de hindernis niet op de aangewezen manier? Bandje inleveren. Duidelijk, geen discussie over mogelijk en geen meningen. Heerlijk.

Ik ga graag discussies aan. Iets wat jij mooi vind kan ik vreselijk vinden en andersom net zo. Bikinifitness is ook zo’n vak apart. Mensen werken keihard voor hun perfecte shape, en elke competitie zoekt die jury die er zit weer wat anders. Wat zijn in hemelsnaam de richtlijnen? Houd je daar eens aan. Echt respect voor de mensen die het doen. En dan komen sommigen terug ‘ik stond er té droog op’. Het enige wat ik zie is een sixpack waar je u tegen zegt. Verwarring alom, of ik begrijp gewoon niks van dat wereldje. Kan natuurlijk ook.

Maar ik zie de wereld in sportcompetitie opzicht toch liever een beetje zwart-wit. Duidelijk, geen discussie mogelijk en duidelijke regels. Duidelijke doelen om naar toe te werken. Hoewel die afstand met hardlopen voor iedereen hetzelfde is, die tijd…. Dat is iets die ik graag zo scherp mogelijk heb.

Naampje spellen?

Je ziet het regelmatig voorbij komen…. Even je naam spellen en je krijgt een hele reeks met oefeningen. Binnenkort gaan mijn runners hiermee aan de slag in de training. Benieuwd wat jij zou moeten doen met jouw naam? Reken het uit 😉

A = 50 jumping jacks
B = 20 crunches
C = 30 squats
D = 15 heel touches
E = 1 min plank
F = 10 side reach
G = 20 bicycle crunch
H = 20 squats
I = 30 lunges
J = 15 crunches
K = 10 heel touches
L = 2 min plank
M = 20 lunges
N = 40 jumping jacks
O = 25 side reach
P = 50 squats
Q = 30 crunches
R = 15 lunges
S = 30 crunches
T = 15 squats
U = 30 sec plank
V = 20 jumping jacks
W = 20 side reach
X = 60 jumping jacks
Y = 10 crunches
Z = 20 sec plank

Ik zou zelf in totaal uitkomen op het volgende:
90 jumping jacks
7 minuten planken
65 squats
35 side reaches
30 crunches
20 bicycles

Yes, Gelukkig moet er na elke oefening even gesprint worden 😉